Sproeien niet toegelaten behalve met Gieren

Ongeveer 70 tuiniers kwamen luisteren naar “De biologische teelt van prei”, een  voordracht in samenwerking met Velt door dhr. Johan Moens (Grembergen) op maandagavond 2 maart.

In een ruim twee uren durend verhaal werd het onderwerp uitvoerig uit de doeken gedaan. De inhoud pleit voor de uitzonderlijke kennis en ervaring van de voordrachtgever. Het overvloedige detail was minder bevorderlijk om het overzicht te behouden.

De voordacht leent zich dus helemaal niet tot een bondige samenvatting als deze. Laat het ons  houden bij enige hoofdlijnen.

Waarover we het hier niet in detail hebben:

  • De plant zelf waarvan het groene en het witte deel alsook de wortels bruikbaar zijn.
  • Het zaaien en planten van de drie preisoorten: zomer-, herfst- en winterprei.
  • De grondkwaliteit met vooral de belangrijke rol van humus.
  • De vruchtwisseling en de geschikte groenbemester (bij voorkeur Japanse haver).
  • Het water geven en de bemesting (met het belang van patentkali).
  • Het oogsten en inkuilen.

In essentie wordt de teelt van prei geconfronteerd met twee grote problemen: wormpjes in de prei tijdens de zomermaanden en schimmels op de bladeren in het vochtige najaar. In de biologische teelt bestaat voor elk van de twee een afdoende remedie: gier tegen de wormpjes en mulchen tegen de schimmel. Chemische bestrijding is vloeken in de kerk.

De wormpjes worden bij warm weer verspreid door vliegjes (de preivlieg en de mineervlieg). Eens hun eitjes ontpopt tot wormpjes, die zich een weg graven doorheen de prei, is de oorlog verloren: de plant wordt vies en nog weinig geschikt voor consumptie. Tijdig spuiten met gier  van netels, rabarber of varens houdt de vlieg weg van de prei. Gier wordt gemaakt door een voldoende hoeveelheid van de drie vermelde planten te laten gisten in water. Na gisting wordt de stinkende brei gefilterd en de vloeistof wordt op de prei gespoten.

Mulchen is het aanbrengen, in een dikke laag, van vermalen groenafval (gras, bladeren, groene keukenresten, …) tussen de plantenrijen (in dit geval de prei). De dikke laag mulch (tot 10 cm dik) voorkomt de verspreiding van schimmelsporen door opspattende regen, de voornaamste oorzaak van de preischimmels. Ook tijdig spuiten met een gier van look, boerenwormkruid, heermoes of van uienafval helpt tegen schimmel. Vooral de roestschimmel is de grote boosdoener en laat zich herkennen door een rosse fluweelachtige laag op de bladeren.

Met een hoofd vol “preiwetenschap” trokken de aanwezigen huiswaarts. Voor de meerderheid die geluk had in de groene tombola ook met een ferme bundel prei onder de arm. Wormvrij, zonder schimmel en vooral onbespoten.

Walter

PS: een kopie van de presentatie werd rondgestuurd. Mocht je die nog niet gekregen hebben en toch geïnteresseerd zijn, geef gerust een seintje

Sproeien niet toegelaten behalve met Gieren

0
    0
    Winkelmandje
    Jouw winkelmandje is leeg